Wat biedt deze whitepaper?
in deze white paper krijgt u inzicht in hoe belangrijk ketenverantwoordelijkheid is. daarnaast reiken we concrete handvatten aan om er vandaag nog mee aan de slag te gaan.
Met deze white paper willen wij uw aandacht vragen voor deze materie – voor ketenverantwoordelijkheid. En voor wat ú kunt doen om problemen te voorkomen voor uw eigen bedrijfsvoering én voor alle andere bedrijven met wie u samen de keten vormt.
Wij vertellen u over het belang, maar laten ook zien hoe verstrekkend de gevolgen van een incident kunnen zijn. Maar het allerbelangrijkste is dat wij u graag meenemen in de praktijk van veilig opereren. Van de logische dingen die u kunt doen om narigheid te voorkomen. Van de vrij eenvoudige acties die u in uw organisaties kunt nemen om niet alleen de risico’s te beperken, maar ook om de gevolgen zo klein mogelijk te maken. De uitgebreide checklist helpt u daarbij.
Als u deze white paper heeft doorgenomen, zijn uw conclusies zonder twijfel:
- Alert zijn op kleine, maar belangrijke zaken die een calamiteit kunnen voorkomen, is een essentiële basishouding;
- Preventie en voorbereiding is geen raketwetenschap, maar grotendeels een kwestie van gezond verstand; en
- De acties die u kunt nemen vergen meestal geen grote investering!
Waarom ketenverantwoordelijkheid uw en onze aandacht verdient
Wat als u getroffen wordt door een brand of een andere calamiteit. Wat zou deze gebeurtenis direct en indirect met uw onderneming doen? Denk vooral ook eens aan de gevolgschade. Uit verzekeringsdata blijkt dat ongeveer de helft van de bedrijven dergelijke schade moet bekopen met een faillissement, waarbij dikwijls ook andere bedrijven in hun supply chain worden meegetrokken: er valt direct een gat in de omzet, het geld van de verzekeraar komt niet direct, klanten haken af en zo ontstaat er een sneeuwbaleffect.
Tijd voor enkele belangrijke gewetensvragen, tevens eyeopeners: hoelang blijft uw organisatie in zo’n situatie overeind? Wat is uw beleid op het gebied van risico’s en verzekeringen? Hoe voorkomt u een calamiteit en hoe beperkt u – als er zich toch een calamiteit voordoet – de gevolgen? Is er een noodplan? Heeft u alternatieven om de productie voort te zetten?
In een praktijk waarin leverancier(s) en afnemer(s) nauw met elkaar verbonden zijn, kan een incident al snel een spaak in het wiel steken. Een brandje in een opslaghal zorgt algauw voor verstoring van de supply chain, in leveringsvertragingen waar vele partijen last van kunnen krijgen. En dan mag de bedrijfsleiding nog hopen op wat in verzekeringskringen een ‘perfect f ire’ heet, waarbij wel schade is, maar waarbij geen doden of gewonden te betreuren zijn. Ook zijn veel bedrijven, vinden verzekeraars en riskprofessionals, ten onrechte tevreden met de vaststelling dat de voorzieningen in hun panden voldoen aan het Bouwbesluit – een minimumnorm die bepaald geen zekerheid biedt dat de brandveiligheid in orde is.
Maar de verstoring kan ook uit een andere hoek komen. Een storm kan een productielocatie ernstig beschadigen. Met het veranderen van het klimaat kunnen ook overstromingen steeds frequenter optreden. Een flexibele instelling – we f iksen het wel, een andere leverancier is zo gevonden – werkt dan mogelijk niet meer. Bij grote overstromingen in en rond de Thaise hoofdstad Bangkok ondervonden techbedrijven dat niet alleen hun preferred suppliers ‘out of order’ waren, maar ook de alternatieve leveranciers!
Bij natuurrampen zien wij dat door de extremere weersomstandigheden de blootstelling van assets steeds groter wordt. In veel landen zijn bepaalde industrieën geconcentreerd in een gebied, waardoor het kan gebeuren dat meerdere bedrijven uit dezelfde industrietak tegelijkertijd getroffen worden. Kort en goed: de risico’s van rampen nemen toe. En daar moeten we ons op voorbereiden.
Kom in actie! Investeringen: vaak nul
Laten we meteen vaststellen: u kunt heel veel doen om de risico’s te herkennen en maatregelen te nemen om de gevolgen van een incident te beperken. De investering? Dikwijls nul. Meestal gaat het om focus en aandacht, om organisatorische aanpassingen!
Dat begint bij de huishouding van uw organisatie – waar stof, zwerfvuil en afval geen brandrisico kunnen worden en waar een duidelijk beleid is op het gebied van roken, waar medewerkers veilig omspringen met ontvlambare vloeistoffen, waar de opslag veilig geregeld is en waar acculaadstations volgens de veiligheidsnormen zijn geïnstalleerd.
Maar het gaat ook over procedures voor brandgevaarlijke acti- viteiten, voor de manier waarop derden op uw bedrijfsterreinen werken. Over alarmprocedures, opleiding van medewerkers, het juist hanteren van bestaande checklists en zelfinspectie en over de wijze waarop elektrische installaties zijn geïnstalleerd en worden onderhouden. En, zoals gezegd, of uw organisatie klaar is voor het opvangen van wat extra regen- en overstromingswater.
Ook hebben we het over het nemen van schadebeperkende maatregelen, met detectie- en sprinklerinstallaties, blus- middelen, inbraakalarmsystemen. Heeft uw organisatie een continuïteitsplan? En een noodplan? Een herstelplan, voor het geval dat het ondenkbare toch gebeurt? Een overstromingsnoodplan? Welke tijdelijke beschermingsmaat- regelen heeft u voorbereid om de problemen binnen de perken te houden?
U merkt: u kunt veel doen om uw organisatie te beschermen tegen onheil. Er is een goede kans dat u aan de meeste van de hierboven genoemde zaken reeds aandacht besteedt. Maar neem vooral het zekere voor het onzekere: maak werk van veiligheid, van het beschermen van uw organisatie, uw continuïteit, en van die van elke partij in de keten…
Aan de slag met ketenverantwoordelijkheid
Wat biedt de checklist? Vooral een overzicht van grote én kleine zaken die de risico’s en de gevolgen bepalen. Verzekeraars zien al jaren dezelfde feiten. Als zij de kleine maar ook de grote schades die hebben plaatsgevonden in de industrie analyseren, dan blijkt telkens weer dat de oorzaak veelal vermijdbaar is geweest. Denk aan slordigheden bij werkzaamheden, gebrekkig onderhoud – en vooral ook uit- stel van onderhoud. Slordige afvalverwerking, opslag op plaatsen die hiervoor niet geschikt zijn, slordig omgaan met gevaarlijke stoffen.
Wanneer mensen bij een schadeonderzoek na een brand of een andere calamiteit worden geconfronteerd met de oorzaken, dan is bijna altijd de reactie: “Dit hadden we met een simpele maatregel of actie kunnen voorkomen.”
Zo is het. De checklist is een uitgebreide opsomming van die maatregelen en acties. Ga ermee aan de slag. Vandaag nog. En bedenk dat u er met voorzieningen en procedures niet bent. Het zijn de mensen die het niveau van veiligheid feitelijk bepalen. U zult permanent aan die menselijke factor moeten werken. Het veiligheidsdenken zal altijd centraal moeten staan, ook al lijkt alles onder controle. Een voorbeeld onderstreept dat: bij een recente bedrijfsbrand bleek dat medewerkers bij de organisatie op brandmeldingen standaard reageerden met: “Het zal wel een valse melding zijn.” Totdat ze worden overvallen door de realiteit.
Dat veiligheidsdenken, die alertheid, mag ook van het bestuur c.q. de directie worden verwacht. Gaat u bij verbouw of nieuwbouw uit van de minimale eisen van het Bouwbesluit, of gaat u voor echte veiligheid volgens úw normen en standaarden? Er wordt in het Nederlandse bedrijfsleven nog steeds veel geld weggegooid aan de verkeerde systemen. Aan systemen die bedrijven zouden moeten helpen om schade te beperken en te voorkomen, maar die hun doel voorbijschieten. Of aan systemen die op zich zouden kunnen voldoen, maar die door beknibbelen op onderhoud niet zorgvuldig ‘in vorm’ worden gehouden.
Checklists
1. Huishouding
1.1 Netheid
Een bedrijf waar stof de kans krijgt om zich op te hopen en waar opruimen en schoonmaken geen prioriteit heeft, loopt potentieel meer risico op calamiteiten. Vuil en stof vormen een brandgevaar!
De installatie en het omliggende terrein moeten voort- durend schoon en opgeruimd worden gehouden door middel van een gestructureerd reinigingsprogramma. Een dergelijk reinigingsprogramma moet ten minste omvatten:
- het verwijderen van stof en zwerfvuil uit kabelgoten, gebouwen, schakelborden en dergelijke;
- het reinigen van machines en apparatuur van bijvoorbeeld stof, olie en zwerfvuil; het reinigen van vloeren, goten en werkplekken.
- het reinigen van vloeren, goten en werkplekken.
1.2 Afvalbeheer
Afval veroorzaakt niet per definitie brand. Maar als er brand is, kan afval wel een extra brandstof vormen. Daarom kan goed afvalbeheer een factor zijn in het reduceren van de kans op brand.
In het algemeen moeten alle soorten afval, zowel in en rond de fabriek als op de werkplekken, veilig worden verzameld en dagelijks afgevoerd naar een daarvoor ingerichte locatie.
De volgende maatregelen zijn noodzakelijk:
- Consequent gebruik van de juiste metalen vuilnisbakken, emmers, containers en dergelijke. Deze moeten regel- matig, maar ten minste dagelijks, en op een veilige manier worden geleegd. Daarmee worden de gevolgen van broei voorkomen.
- Frequente reiniging van de installatie en het terrein als onderdeel van een gestructureerd reinigingsprogramma.
- De opslag van afval in afwachting van het transport mag niet tegen of in de nabijheid van buitenmuren gebeuren, maar moet op een minimale afstand van 10 meter van gebouwen worden gehouden.
1.3. Roken
Een sigarettenpeuk kan – zeker als deze achteloos wordt weggegooid – een grote brand veroorzaken. Dat lijkt een kwestie van gezond verstand, maar procedures en discipline zijn essentieel om een bedrijf te behoeden voor problemen door roken.
In het algemeen mag er op bedrijfsterreinen niet gerookt worden. Als roken is toegestaan, dan moeten er strikte rookvoor- schriften gelden. Roken moet worden beperkt tot gescheiden en speciale ruimtes. De rookregels én de gevolgen van het niet naleven van de voorschriften, moeten duidelijk worden gemaakt aan alle medewerkers en bezoekers.
Het rookbeleid dient onder andere te voorzien in:
- Verbods- of gebodsborden die duidelijk zichtbaar zijn aangebracht.
- Op plaatsen waar gerookt mag worden, moeten veilige as- en afvalbakken aanwezig zijn. Asbakken dienen dagelijks geleegd te worden door gebruik te maken van metalen bakken/verzamelaars. • Locaties waar roken is toegestaan dienen vrij te zijn van brandbare materialen.
- Asbakken dienen dagelijks geleegd te worden door gebruik te maken van metalen bakken/verzamelaars.
- Locaties waar roken is toegestaan dienen vrij te zijn van brandbare materialen.
1.4. Brandbare vloeistoffen
Brandbare vloeistoffen vormen een onmiskenbare factor in het ontstaan en de verdere ontwikkeling van calamiteiten. Maar heeft uw organisatie de opslag en het gebruik van deze stoffen wel goed geregeld?
Daarom moet het gebruik, de behandeling en de opslag van brandbare vloeistoffen volledig in overeenstemming zijn met de plaatselijke wetten en normen, alsmede met de richtlijnen van het bedrijf met betrekking tot milieurisico’s. De bedrijfsrichtlijnen voor het gebruik, de behandeling en de opslag van ontvlambare vloeistoffen moeten volledig worden nageleefd. Dit omvat het gebruik, de behandeling en de opslag van olie en smeermiddelen.
Als ontvlambare vloeistoffen worden gebruikt, dan geldt het volgende:
- De opslag moet voldoen aan de specifieke eisen die aan de brandwerendheid van de wanden, de afscheidingen, de ventilatie, de explosieveilige verlichting en verwarming worden gesteld. Bovendien kan explosieontlasting nodig zijn. Het aftappen van ontvlambare vloeistoffen moet plaatsvinden in een specifieke ruimte, met een geschikte ventilatie. • Licht ontvlambare vloeistoffen, zoals oplosmiddelen, moeten in veiligheidskannen worden gedistribueerd. • In gebieden waar oplosmiddelen en spuitbussen worden gebruikt, moet de opslag worden beperkt tot de dagelijks benodigde hoeveelheid.
- Het aftappen van ontvlambare vloeistoffen moet plaatsvinden in een specifieke ruimte, met een geschikte ventilatie.
- Licht ontvlambare vloeistoffen, zoals oplosmiddelen, moeten in veiligheidskannen worden gedistribueerd.
- In gebieden waar oplosmiddelen en spuitbussen worden gebruikt, moet de opslag worden beperkt tot de dagelijks benodigde hoeveelheid.
1.5. Werkplaats/werkplekopslag
Opslag van grondstof en materieel bij de werkplek kan een rol spelen bij een beginnende brand. Een vonk kan nare gevolgen hebben en hetzelfde geldt voor een kabel die op een werkplek kapotgetrokken wordt.
Alle werkplaatsopslag (inclusief, maar niet beperkt tot: pallets, afval, oud papier, vrachtwagens, trailers, portakabins et cetera) moet op een minimale afstand van 10 meter van de gebouwen worden gehouden. Dit geldt ook voor portakabins en ander materiaal dat eigendom is van derden, zoals aannemers.
Indien niet aan deze minimumeisen kan worden voldaan, moeten goede alternatieve oplossingen worden besproken met de verzekeringsmanager of de risk control engineer.
1.6. Acculaadstations
Steeds meer voertuigen worden elektrisch aangedreven. Aandrijfaccu’s kunnen een risico vormen bij onoordeelkundig gebruik en bij storingen. Ook kan verkeerde installatie problemen geven. Zorg dat dat u niet overkomt!
Heftrucklaadstations moeten altijd met onbrandbaar materiaal (beugels en planken of soortgelijk materiaal) aan de wand worden gemonteerd. Bovendien mogen er geen brandbare stoffen zijn opgeslagen in een straal van ten minste 2 meter van het laadstation. Dit moet voorkomen dat de laadstations de oorzaak zijn van brand, bijvoorbeeld door kortsluiting. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als ze worden geraakt door vrachtwagens, mensen die pallets verplaatsen, et cetera. Als er geen brandbare stoffen worden opgeslagen in de buurt van de lader, dan is de kans op brand bijna nihil.
De laadstations moeten altijd worden geïnstalleerd op plaatsen met een goede luchtventilatie, om het risico van een waterstofexplosie te verkleinen. Bij het laden van de conventionele accu’s ontstaat brandbare waterstof, die bij ontsteking de oorzaak kan zijn van een brand of explosie.
Bij lithium-ion accu’s en moderne loodzuur- en gelbatterijen komt het waterstofrisico niet of in veel mindere mate voor, maar kortsluitingsrisico’s zijn nog steeds van toepassing.
1.7. Huishoudelijke apparaten
Het is bij veel bedrijven niet ongewoon dat medewerkers afgedankte koelkasten, radio’s, magnetrons en koffiemachines en andere apparaten van thuis ‘op de zaak’ gaan gebruiken. Door intensief gebruik van deze apparaten in industriële omgevingen ontstaan ongewild nieuwe risico’s .
Huishoudelijke apparaten, zoals koffiezetapparaten, radio’s, koelkasten die afkomstig zijn uit particuliere woningen, moeten voor de onderneming worden vermeden, aangezien dit een bekende oorzaak is van brand als gevolg van kortsluiting. Vaak gaat het om apparaten die thuis zijn afgedankt en al niet meer volledig veilig waren.
Als dergelijke apparatuur nodig is in productieomgevingen of in kantoren, dan dient het te gaan om apparatuur voor industrieel gebruik, die op een geschikte plaats uit de buurt van de brandbare materialen is geplaatst en die is opgenomen in het onderhoudsprogramma en de beoordeling van elektrische apparatuur zoals alle andere apparatuur op de locatie.
Industriële koffiemachines moeten zijn uitgerust met een auto- matische uitschakeling en bescherming tegen oververhitting.
2. Checklist: Procedures
2.1. Brandgevaarlijke activiteiten
Alle handelingen en werkzaamheden, ook die van derden, moeten worden uitgevoerd onder een Vergunning Veilig Werken/Safe Work Permit (zie bijlage).
2.2. Derden
Een bedrijf kan de eigen veiligheidssituatie goed onder controle hebben, maar dan zijn er ook nog derden die risico’s meebrengen. Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerk en is het zaak ervoor te zorgen dat het papierwerk in orde is, dat de mensen weten wat de veiligheidsvoorschriften zijn en dat zij daarnaar handelen. Ook dit is een kwestie van organiseren.
Het streven moet altijd zijn om brandgevaarlijk werk te vermijden: hetzij door een veiliger methode waar geen warmte voor nodig is, hetzij door het werk uit te voeren op een veilige plaats, zoals een open ruimte of onderhoudswerkplaats.
Derden (aannemers, onderaannemers, onderhoudspersoneel van leveranciers, et cetera) mogen alleen onder de voor- waarden van de Vergunning Veilig Werken met de werkzaamheden beginnen en pas nadat deze, bij voorkeur als onderdeel van de inkooporder, voor akkoord zijn getekend.
Het is ‘best practice’ dat bij langlopende en complexe projecten naast de uitgifte van vergunningen een ‘risico-inventarisatie’ wordt opgesteld. Voordat het werk begint, houdt dit in dat een senior of bekwaam persoon de nodige gegevens voorbereidt en opneemt, zoals:
- de aard en het doel van het project; de doorlooptijd; • de te gebruiken apparatuur; • het gebied/de plaats van het werk; • details van de personen die het werk verrichten en leidinggeven; • details van de specifieke risico’s die gepaard gaan met het uitvoeren van dit werk op deze locatie; • de genomen voorzorgsmaatregelen; • de beschikbare beschermende uitrusting.
- de doorlooptijd; • de te gebruiken apparatuur; • het gebied/de plaats van het werk; • details van de personen die het werk verrichten en leidinggeven; • details van de specifieke risico’s die gepaard gaan met het uitvoeren van dit werk op deze locatie; • de genomen voorzorgsmaatregelen; • de beschikbare beschermende uitrusting.
- de te gebruiken apparatuur;
- het gebied/de plaats van het werk;
- details van de personen die het werk verrichten en leidinggeven;
- details van de specifieke risico’s die gepaard gaan met het uitvoeren van dit werk op deze locatie;
- de genomen voorzorgsmaatregelen;
- de beschikbare beschermende uitrusting.
De ervaring en competentie van de aannemers en zijn medewerkers moet altijd worden vastgesteld voordat de werkzaamheden zijn toegestaan en de apparatuur moet worden gecontroleerd op veiligheid en onderhoudsconditie.
Brandbeveiliging/detectieapparatuur moeten gecontroleerd worden om ervoor te zorgen dat ze goed functioneren. Een vergunning mag alleen worden afgegeven door personeel dat daarvoor bevoegd en getraind is.
De voorzorgsmaatregelen die in het kader van de werk- vergunning zijn opgenomen, dienen strikt gevolgd te worden. Gebieden moeten tijdens de werkzaamheden schoon en netjes gehouden worden. Brandbaar afval dat tijdens de werkzaamheden wordt gecreëerd, wordt bij voorkeur regelmatig verwijderd.
Indien bij de werkzaamheden een brand ontstaat die direct wordt geblust, dient het werk direct te worden stilgelegd. Het incident moet worden gemeld aan de vergunning- verlener. Pas na het volledige onderzoek naar de oorzaak en het eventueel treffen van aanvullende veiligheids- maatregelen kunnen de werkzaamheden worden hervat.
Bij het voltooien van de werkzaamheden is het van essen- tieel belang dat er gecontroleerd wordt op smeulende resten, rook, restwarmte, et cetera.
De omvang van deze controle is afhankelijk van de omgeving waarin de werkzaamheden hebben plaatsgevonden. Voor gebieden met weinig of geen brandbare materialen kan de eindcontrole beperkt blijven. Voor gebieden met veel brandbare materialen of een complexe gebouwconstructie dient een uitgebreide en gedetailleerde controle te worden uitgevoerd. Eindcontroles dienen tot 90 minuten na afloop van de werkzaamheden plaats te vinden, waarbij minimaal de eerste 30 minuten permanent iemand aanwezig is.
2.3. Alarmprocedures
Alarmprocedures zijn er niet zomaar. Want wat doe je als er een noodsituatie is? En zijn die procedures, die mogelijk lang geleden zijn opgesteld, nog steeds correct?
Er moeten goede procedures zijn voor het alarmeren van de instanties die op een alarm zullen reageren, waaronder brandweerkorpsen, eerste hulpteams, ziekenhuizen en politie.
De maatregelen omvatten:
- een schriftelijk noodplan;
- algemene instructies voor elke werknemer;
- stickers met alarmnummer op alle telefoons;
- instructies voor werknemers die een schakel zijn in de alarmeringsketen, zoals telefonisten, leden van de eerste hulp- en brandweer/brandweerploeg.
2.4. Opleiding
Omgaan met risico’s en met incidenten gaat niet vanzelf. Het is belangrijk om niet alleen evacuaties op papier voor te bereiden, maar ook om deze in de praktijk te oefenen. Kunnen medewerkers met brandblussers omgaan? Zijn ze in staat eerste hulp te verlenen aan gewonden? Opleiding en training voor medewerkers is essentieel.
De opleiding van medewerkers moet in de eerste plaats voldoen aan de lokale wet- en regelgeving. De opleiding moet gericht zijn op de eerste hulp of eerste-interventieacties na een ongeval of een gebeurtenis die tot een schade kan leiden.
Het moet het volgende omvatten:
- een EHBO-opleiding voor een aantal medewerkers;
- instructies en training in het gebruik van brandblusapparatuur; indien mogelijk een jaarlijkse opleiding in samenwerking met de brandweer; • regelmatige evacuatietraining.
- indien mogelijk een jaarlijkse opleiding in samenwerking met de brandweer;
- regelmatige evacuatietraining.
Belangrijk: medewerkers die aan deze opleidingen deel- nemen, moet worden duidelijk gemaakt dat zij zichzelf nooit in gevaar mogen brengen bij het in praktijk brengen van hun leerervaringen.
2.5. Checklists en zelfinspectie
Een bedrijf kan in de loop van de tijd groeien en veranderen. Maar passen de ooit opgesteld veiligheidsmaatregelen en procedures nog wel bij de huidige omvang van de organisatie?
Het is belangrijk dat de verschillende risicobeheersingsfuncties die worden gebruikt, regelmatig worden gecontroleerd. De omvang en frequentie van deze controles kunnen variëren, afhankelijk van de omvang en de aard van de onderneming. De te beoordelen punten moeten worden opgenomen in een checklist (zie bijlage).
De medewerker die de controle uitvoert, dient zijn bevindingen tijdens de rondes op de checklist te noteren. De resultaten van de controleronde moeten worden besproken met de verantwoordelijke manager en, indien nodig, acties ondernomen.
Voltooide checklists moeten beschikbaar worden gesteld voor de vergaderingen van de directie van het bedrijf.
De frequentie van de inspectie van brandbeveiligings- apparatuur hangt af van tal van factoren. Zo moeten bijvoorbeeld droge leidingsystemen in de winter dagelijks worden gecontroleerd; minder frequente controles in de zomer zijn aanvaardbaar. Met betrekking tot sprinkler- systemen wordt de aanbevolen frequentie voor testen en onderhoud gegeven door de lokale regelgeving.
Een voorbeeld van een checklist is te vinden in de bijlage.
2.6. Elektrische installaties
Het installeren en onderhouden van elektrische installaties is vakwerk. Omdat elektriciteit een risicofactor kan zijn, is het verstandig om duidelijke eisen neer te leggen voor aanleg en onderhoud.
De elektrische installaties moeten worden geïnstalleerd en onderhouden in overeenstemming met de geldende lokale of internationale normen, met inbegrip van de periodieke controles.
Er moet een afzonderlijk programma van kracht zijn voor het scannen van de elektrische installaties met behulp van infraroodtechnologie. Nieuwe installaties of machines moeten bij levering altijd een infraroodscan ondergaan. Zorg bij het aanbesteden van infraroodinspecties dat er duidelijke eisen worden gesteld aan de uitvoerder en dat deze persoon of organisatie gekwalificeerd en goed opgeleid is.
2.7. Regenwaterafvoer
Het klimaat verandert. Met de toename van de hoeveelheid en de intensiteit van de regen wordt het steeds belangrijker om ervoor te zorgen dat de regenwaterafvoersystemen regelmatig worden gecontroleerd, om verstopping te voorkomen. Extra controles zijn aanbevolen in de herfst, als de bladeren vallen. Vooral voor daken met borstweringen is het van belang dat er ook noodafvoeren beschikbaar zijn. In geval van verstopping en bij een te beperkte capaciteit kan zich water ophopen, wat kan leiden tot het instorten van het dak.
3. Checklist: Schadebeperkende voorzieningen
3.1. Algemeen
Als er dan toch iets gebeurt, laat dan de schade zo beperkt mogelijk zijn. Er zijn talloze acties die een organisatie daartoe kan ondernemen. Schadebeperkende voorzieningen hangen samen met de omvang van de onderneming en ook van de wettelijke vereisten. Ze kunnen variëren van brandwanden tot automatische blussystemen en detectie-installaties.
Het is van essentieel belang dat deze systemen in overeenstemming zijn met het voor het bedrijf geldende brandveiligheidsconcept en dat dit goed doordacht is.
Dit concept zal niet alleen gebaseerd zijn op de wettelijke vereisten, maar ook op de daadwerkelijke blootstelling van de onderneming wanneer het gaat om bedrijfscontinuïteit, klantvoorschriften, verzekerbaarheid en bedrijfsrisico’s.
Wettelijke eisen zorgen wel voor de veiligheid van de werk- nemers en bezoekers en de bescherming van de buren, maar beschermen het bedrijf zelf niet tegen brandschade.
3.2. Sprinkler/detectie/gasblusinstallaties
Als binnen het brandveiligheidsconcept wordt gekozen voor detectie-, sprinkler- en/of gasblusinstallaties is het cruciaal dat deze feilloos doen waarvoor ze zijn aangeschaft en geïnstalleerd.
Er kunnen branddetectie- en/of brandblusinstallaties zijn vereist:
- als gelijkwaardigheid voor eisen uit het bouwbesluit;
- bij opslag van gevaarlijke stoffen en daarmee vereist vanuit de regelgeving;
- indien noodzakelijk geacht door het lokale management of corporate management als onderdeel van de bedrijfsfilosofie.
Installaties moeten voldoen aan en worden ontworpen en gebouwd volgens internationaal erkende regels (FM, NFPA, VdS, LPC). Indien lokale normen moeten worden gebruikt, dient dit alleen te gebeuren als deze niet in tegenspraak zijn met de meest recente kennis of de laatste stand van de techniek voor het specifieke type industrie zoals beschreven in NFPA- of FM-normen. De uitgangspunten van het ontwerp en het hoe en waarom van dergelijke installaties worden bij voorkeur vastgelegd in een gedetailleerd uitgangspunten- document of programma van eisen.
De installaties moeten in goede staat worden gehouden en regelmatig (minstens jaarlijks) aan een externe controle worden onderworpen. Omdat een veiligheidsconcept veelal is gebouwd rond deze systemen is het in situaties waarbij een dergelijke installatie tijdelijk buiten werking wordt gesteld belangrijk om extra veiligheidsmaatregelen te nemen zoals:
- het aanstellen van een brandwacht, paraatheid van blusmiddelen;
- het vermijden van risicovolle werkzaamheden;
- informeren van de lokale brandweer;
- op de hoogte brengen van de verzekeraar.
All (new) installations or changes to existing installations should preferably be discussed with a specialist in these systems and a risk manager, for instance. The installations should be designed and installed in such a way to safeguard the continuity of the company.
3.3. Blusmiddelen
Draagbare brandblussers moeten overal in het gebouw aanwezig zijn. Blusapparaten moeten worden geselecteerd op basis van hun doeltreffendheid voor een specifiek gevaar. Ze moeten op gemakkelijk toegankelijke en goed zicht- bare plaatsen worden gemonteerd. De loopafstand tot een brandblusser bedraagt bij voorkeur maximaal 25 meter. Blusmiddelen moeten te allen tijde goed zichtbaar en eenvoudig bereikbaar zijn.
3.4. Fire-resistant barriers and doors
Brandwerende scheidingen en deuren De juiste brandscheidingen (bestaande uit brandwerende wanden en brandwerende deuren) dienen bij voorkeur te worden geïnstalleerd:
- rondom technische ruimtes zoals besturings-, ketel- en traforuimtes et cetera;
- tussen opslag- en productiegebouwen.
Bestaande brandscheidingen moeten blijven bestaan en mogen niet gewijzigd worden (bijvoorbeeld extra deuropeningen) zonder goed overleg. Brandscheidingen (met speciale aandacht voor branddeuren en kabeldoorvoeren) moeten goed onderhouden en gecontroleerd worden als onderdeel van de checklistprocedures.
Brand- en rookvertragende maatregelen tussen gebouwen moeten worden geïnstalleerd (en goed onderhouden door middel van een servicecontract) waar dit mogelijk en/of noodzakelijk is.
3.5. Inbraakalarmsystemen
Inbrekers hou je als organisatie, vanwege de schade aan gebouwen en natuurlijk aan gestolen goederen en apparaten, het liefst buiten, maar ook omdat inbrekers soms schade binnen veroorzaken en omdat ze soms brand stichten om hun sporen te wissen.
Als er een inbraakalarmsysteem aanwezig is, moet dit net als alle andere beveiligingssystemen regelmatig worden gecontroleerd.
Op basis van het bedrijfsbeleid inzake de veiligheid moet worden onderzocht welke maatregelen moeten worden genomen. Als minimumvereiste moet hang-en-sluitwerk van voldoende kwaliteit worden gemonteerd op deuren en ramen. Indien dit onvoldoende wordt geacht, moeten extra veiligheidsmaatregelen in de vorm van elektronische inbraakalarmsystemen worden overwogen.
Indien dergelijke systemen worden geïnstalleerd, is het van essentieel belang dat de juiste maatregelingen worden getroffen voor de follow-up van een alarm. Bij voorkeur wordt het alarm opgevolgd door een pro- fessioneel bedrijf dat binnen 10 minuten na een alarm ter plaatse kan zijn.
3.6. Continuïteitsplannen
Wat gebeurt er als de bedrijfsactiviteiten na een calamiteit stilvallen? Wat is dan plan B om zo snel mogelijk weer te produceren en omzet te draaien? En wat als een belangrijke leverancier dit overkomt?
De onderneming moet beschikken over een onsite contingency plan, dat up-to-date en actueel is en dat intern en extern aan alle betrokken personen is gecommuniceerd.
Relevante plannen zijn:
- noodplan, gericht op het beperken van schade aan personen (zowel on- als offsite), goederen en het milieu na ernstige schade/ongevallen;
- continuïteitsplan, gericht op het herstel van de doel- stellingen en de verdiencapaciteit van de bedrijven, onmiddellijk na een ernstige schade/ongeluk.
3.7. Noodplan
Een noodplan moet alle verschillende stappen omvatten die nodig zijn in geval van calamiteiten om mensen, bedrijfsmiddelen, het milieu en eigendommen van derden op een efficiënte manier te beschermen.
Dit omvat het volgende:
- Algemene informatie over de locatie en de plattegrond van de locatie en het milieu, grondstoffen, stoffen, toegangswegen, specifieke gevaren, organisatie, nood- uitrusting en hulpmiddelen.
- Planning voor een snelle ontsnapping van inzittenden in geval van brand of andere calamiteiten: evacuatieplan en ontmoetingsplaatsen.
- Een beschrijving van de aanwezige preventieve systemen/ brandblusapparatuur, sprinklers, eventuele inperking voor het verzamelen van verontreinigde materialen zoals bluswater, waarschuwingssystemen, et cetera.
- Organigram van de organisatie van de noodhulp (commandostructuur, verantwoordelijkheden, taken van de teamleden) en de interne veiligheidsorganisatie.
- Schema van de veiligheidsorganisatie, met inbegrip van een beschrijving van de frequentie van de opleiding en de oefenschema’s. 6. Afspraken met autoriteiten, met politie, met openbare brandweerkorpsen, met ziekenhuizen en eerste hulpbrigades. 7. Reactieteams voor het informeren van de pers en voor het leiden van gecoördineerde informatie aan klanten, autoriteiten en het publiek. 8. Interne en externe communicatiestructuur (alarm- procedures, telefoonnummers). 9. Regelmatige evaluatie en (live) testen van het plan.
- Afspraken met autoriteiten, met politie, met openbare brandweerkorpsen, met ziekenhuizen en eerste hulpbrigades.
- Reactieteams voor het informeren van de pers en voor het leiden van gecoördineerde informatie aan klanten, autoriteiten en het publiek.
- Interne en externe communicatiestructuur (alarm- procedures, telefoonnummers).
- Regelmatige evaluatie en (live) testen van het plan.
3.8. Herstelplan
Een Herstelplan definieert de stappen die moeten worden genomen wanneer de productiecapaciteit van de fabriek in gevaar komt na een ongewenste gebeurtenis of calamiteit. Het plan beschrijft de acties die moeten worden onder- nomen om de volledige productiecapaciteit zo snel mogelijk opnieuw te installeren, zodat de continuïteit van de doelstellingen van het bedrijf gewaarborgd blijft.
Het omvat:
- Identificatie en analyse van alle risico’s die een bedreiging kunnen vormen voor de continuïteit van de onderneming. Aandachtspunten:
- Beschikbaarheid van grondstoffen
- Beschikbaarheid van producten
- (Her)bouwtijd van gebouwen
- (Her)bouwtijd van machines/vervangingsperiode
- Onderdelen – leveringstermijn • Leveranciers (zorg voor alternatieven)
- Leveranciers (zorg voor alternatieven)
- Bottlenecks in productie
- Nutsbedrijven (elektriciteit, gas, stoom, proceslucht, proceswater, koeling, afvalwaterzuivering)
- Onderzoek
- Supportunits • Opslagfaciliteiten • Gegevenscommunicatie • Bestellingen en (grote) contracten (intern en extern opgeslagen) • Computer (automatiseringsfaciliteiten) • back-uporganisatie
- Opslagfaciliteiten
- Gegevenscommunicatie
- Bestellingen en (grote) contracten (intern en extern opgeslagen)
- Computer (automatiseringsfaciliteiten)
- back-uporganisatie
- Organisatieschema’s van een crisisteam (teamleden, verantwoordelijkheden, et cetera) dat na een evenement gaat opereren en het herstelplan uitvoert.
- Communicatiebeleid met procedures voor informatieverstrekking aan medewerkers, klanten, pers, et cetera.
- Classificatie van incidenten of calamiteiten en waarschuwingsprocedure. 5. Bedrijfsherstel en uitbesteding/uitbestedingsscenario’s. 6. Locatie van het crisiscentrum en de benodigde faciliteiten (bijvoorbeeld communicatieapparatuur). 7. Procedure voor het actualiseren en testen/simuleren van het plan.
- Bedrijfsherstel en uitbesteding/uitbestedingsscenario’s.
- Locatie van het crisiscentrum en de benodigde faciliteiten (bijvoorbeeld communicatieapparatuur).
- Procedure voor het actualiseren en testen/simuleren van het plan.
3.9. Overstromingsnoodplan
Door het veranderende klimaat kan noodweer en aanhoudende regenval voor overstromingsgevaar en -schade zorgen. Het is zaak om daar goed op voorbereid te zijn. Een organisatie kan veel doen om overstroming te voorkomen en de gevolgen te beperken.
Identificatie van blootstelling aan overstromingen
Hieronder vindt u een (niet uitputtende) lijst met zaken die bij gebouwen en omliggende elementen kunnen wijzen op een verhoogd overstromingsrisico:
- Gebouwen met kelders.
- Terrein ter plaatse of aangrenzend terrein op grotere hoogte dan de afgewerkte vloer van het gebouw of terrein dat afloopt in de richting van gebouwen, werkplaatsopslag of werkplaatsuitrusting.
- Gebouwen met een voorgeschiedenis van overstromingsproblemen. 4. Gebouwen met openingen onder het straatniveau voor bijvoorbeeld: • luchtbehandelingssystemen; • nutstunnels; • kabelkluizen. 5. Gebouwen met hellende opritten of opritten waar de overheaddeur op gelijk niveau met de vloer sluit. 6. Gebouwen op plaatsen waar natuurlijke waterlopen zijn omgeleid. 7. Gebouwen met parkeerkelders. 8. Recente ontwikkelingen in de buurt die de afvoer naar het afwateringsbekken veranderen.
- Gebouwen met hellende opritten of opritten waar de overheaddeur op gelijk niveau met de vloer sluit. 6.
- luchtbehandelingssystemen; • nutstunnels; • kabelkluizen. 5.
- nutstunnels;
- kabelkluizen.
- Gebouwen met openingen onder het straatniveau voor bijvoorbeeld:
- Gebouwen op plaatsen waar natuurlijke waterlopen zijn omgeleid.
- Gebouwen met parkeerkelders.
- Recente ontwikkelingen in de buurt die de afvoer naar het afwateringsbekken veranderen.
Protection
Er kunnen verschillende beschermende maatregelen worden genomen om potentiële overstromingsschade te beperken. Door de volgende maatregelen kunnen de gebouwen en de inhoud minder kwetsbaar worden voor overstroming en het binnenstromen van regenwater. We bespreken drie soorten hoogwaterbescherming: permanente, voorwaardelijke en noodgevallen.
Permanente bescherming
Permanente bescherming bestaat uit elementen die een onlosmakelijk onderdeel van het gebouw of aangrenzend terrein worden, zoals dichtgemetselde ramen of dijken. De permanente bescherming is gebaseerd op het wegwerken van openingen waardoor water kan binnendringen, of het aanbrengen van barrières die het overstromingswater tot op een bepaald niveau tegenhouden. Permanente bescherming is de meest betrouwbare vorm van fysieke bescherming.
Voorbeelden van permanente beveiligingen zijn de volgende:
- Overstromingsdeuren: kunnen scharnierend of hangend boven een opening worden gemonteerd of aan rails naast openingen die klaar zijn om te worden opgerold. De deuren moeten waterdicht worden gemaakt door middel van afdichtingen. Ze kunnen gemaakt zijn van aluminium, staal of hout.
- Raambescherming: er zijn verschillende alternatieven te overwegen:
- Voor onnodige ramen: vul de raamopening met materialen die vergelijkbaar zijn met die van de muur. Dit is de meest betrouwbare bescherming.
- Bij ramen waar lage overstromingsniveaus worden verwacht, hoeft alleen het onderste deel van de ramen te worden geblokkeerd.
- Bij etalageruiten moet een beweegbare afscherming aan de binnenzijde van het raam worden aangebracht. Om een waterdichte afdichting te verkrijgen, zijn afdichtingen of pakkingen nodig
Interieurbescherming
Bescherming van het interieur is noodzakelijk om de omvang van de schade te beperken als het onmogelijk is om te voorkomen dat water het gebouw binnenkomt.
- Bouw lage beschermingswanden rond belangrijke apparatuur zoals ovens, boilers en computers – of versterk bestaande muren.
- Installeer kleppen op leidingen om terugstroming te voorkomen. Positief sluitende, handbediende kleppen zijn het betrouwbaarst.
- Creëer wadi’s (overstroomgebieden) en pomp het water terug uit het gebouw als er maar een kleine hoeveelheid instromend water wordt verwacht.
- Het afdichten van vloerplaten en wanden is een nood- zakelijke beschermingsmaatregel om het weglekken van buitenwater door de muren van gebouwen te beperken.
- Om kortsluiting te voorkomen wanneer de stroom- toevoer wordt hersteld, dient u de elektrische installatie uit te schakelen.
- Veranker tanks met bouten of bevestigingen aan hun fundering. Als een tank niet goed verankerd kan worden, vul de tank dan met de normale inhoud voordat het waterpeil stijgt.
Bescherming van het gebied
De gebiedsbescherming bestaat uit dijken, stroomruggen en bermen. Dit is een permanente waterkering rond de bloot- gestelde gebouwen. Gebieden omgeven door dijken, stroomruggen en bermen kunnen een afwateringssysteem nodig hebben of moeten na een overstroming of hevige regenval worden leeggepompt.
Dijken, stroomruggen en bermen hebben een zekere mate van periodiek onderhoud nodig om de constructie gezond te houden. Verslechtering van de bodem en erosie van de materialen waaruit de constructie van de dijk bestaat, moeten tot een minimum worden beperkt om mogelijk falen van het dijkensysteem te voorkomen.
Tijdelijke beschermingsmaatregelen
Tijdelijke beschermingsmaatregelen zijn draagbare vormen van tijdelijke bescherming die ruim voor de eigenlijke noodsituatie zijn gepland. Het aanbrengen van deze bescherming vereist een vroegtijdige waarschuwing en is daarom minder betrouwbaar dan permanente bescherming. Indien een bevredigende waarschuwing vooraf wordt ontvangen en de juiste maatregelen worden genomen, zal het een hoge mate van bescherming bieden.
Overstromingsschilden zijn een primaire vorm van tijdelijke beschermingsmaatregelen die worden gebruikt om zowel ramen als deuren af te sluiten. Ze kunnen op elke geschikte plaats worden opgeslagen en vervolgens naar de opening worden vervoerd wanneer dat nodig is. Waterkrachten tegen het schild kunnen het gebruik van versterkingsmateriaal noodzakelijk maken. Braces, beugels, pakkingen en breeuwen moeten voldoende diameter hebben en correct tegen de achterkant van de afscherming zijn geplaatst om de afscherming tegen de kracht van het water te ondersteunen.
Een soortgelijke afschermingsmethodologie kan worden gebruikt voor luchtroosters op maaiveldniveau. Het aan- brengen van een afscherming voorkomt dat water door luchtkanalen en vulruimten onder het maaiveldniveau binnendringt. Ook hier geldt dat, wanneer schilden worden gebruikt, pakkingen of breeuwen kunnen worden gebruikt om lekkage te beperken.
Noodbescherming
Noodbescherming omvat maatregelen die worden genomen nadat de hoogwaterwaarschuwingen zijn afgegeven en waarbij wordt vastgesteld dat de permanente of voorwaardelijke bescherming ontbreekt of onvoldoende is. Het is afhankelijk van vroegtijdige hoogwaterwaarschuwingen en het gebruik van beschikbare apparatuur, voorraden en personeel om de schade te beperken. Het is minder betrouwbaar dan andere vormen van bescherming en is vooral geschikt als aanvulling en niet als vervanging.
- Zandzakken. De zakken moeten bij de hand worden gehouden en er moet voldoende zand beschikbaar zijn. Het vullen en plaatsen van de zakken is zowel tijdrovend als vermoeiend en er is een groot aantal werknemers voor nodig.
- Roestwerende middelen toepassen op niet-verplaatsbare apparatuur. De apparatuur kan snel weer in gebruik worden genomen nadat het water is teruggetrokken.
- Verhuizing van de inboedel. Bij de ontwikkeling van een plan voor de verhuizing van de inboedel moet rekening worden gehouden met zowel de vervangingskosten van de apparatuur als de relatieve waarde ervan voor de voortzetting van de bedrijfsactiviteiten
Aardbevingsschadepreventie
Voor een locatie die zich bevindt in een seismisch actief gebied gelden over het algemeen specifieke eisen vanuit de bouw en de wet- en regelgeving. Indien het betreffende gebouw al wat ouder is, kan het zijn dat de regels van destijds niet meer overeenstemmen met de huidige inzichten.
Daarnaast zijn er mogelijk aanvullende maatregelen denkbaar, die de kans op schade aan gebouw en inventaris tijdens een aardbeving kunnen verkleinen.
Nieuw- en verbouw
- Voordat u een constructie wijzigt (zoals het monteren van zware objecten op of onder daken, het verwijderen van beugels of het snijden van openingen in muren), moet deze worden beoordeeld door een geregistreerde constructeur.
- Neem vereisten voor aardbevingverankering van de apparatuur op in specificaties voor nieuw aan te schaffen apparatuur.
Gebruik, installaties en processen
- Bewaar zwaardere artikelen op opslagrekken op de onderste niveaus of op pallets op de vloer (maar niet in gangpaden).
- Bescherm waardevolle opslag in rekken door installatie van een horizontale barrière van geschikte hoogte. Daarmee wordt voorkomen dat de opslag van de rekken af valt.
- Zorg dat rekken verankerd zijn aan de vloer en aan elkaar.
- Bevestig waardevolle of vitale apparatuur die in gebruik is op werkbanken of -tafels. Zet de banken/werktafels vast op de vloer of aan de wand om beweging te beperken. Denk hierbij ook aan schakel- en besturingskasten en transformatoren.
- Bewaar gevaarlijke chemicaliën in onbreekbare containers en, indien praktisch, op of nabij vloerniveau. Als glazen containers moeten worden gebruikt, plaats ze dan op de plaats waar de chemische stof het minst schade zou kunnen berokkenen. Plaats de glazen container indien mogelijk in een tweede, vaste container die niet in beweging kan komen. Bewaar bovendien chemicaliën die met elkaar kunnen reageren zo ver als praktisch mogelijk uit elkaar.
- Zorg ervoor dat diptanks en andere open containers voor corrosieve of ontvlambare vloeistoffen voldoende ‘rand’ hebben om morsen te voorkomen.
- Voorzie tanks met gevaarlijke chemische vloeistoffen van greppels of dijken om mogelijk morsen te voorkomen.
Bij gasleidingen en waar procesleidingen gevaarlijke vloeistoffen vervoeren, of waar buisbreuk zou kunnen leiden tot langdurige onderbreking van de productie, zijn de volgende maatregelen aan te bevelen:
- Zorg voor seismische afsluitkleppen of een door een seismische schakelaar bediende afsluitsystemen.
- Zorg voor voorzieningen die vergelijkbaar zijn met die van sprinklerleidingen, inclusief flexibele koppelingen, flexibiliteit over seismische verbindingen en schoren.
- Zorg voor voldoende ruimte waar de leidingen door muren en vloeren lopen. • Overweeg flexibele leidingen en gelaste verbindingen in plaats van flensverbindingen.
- Overweeg flexibele leidingen en gelaste verbindingen in plaats van flensverbindingen.
Disclaimer
This is a Riskonet publication. No part of it may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, whether electronic, mechanical, print, photocopy, or otherwise, without the prior written permission of Riskonet.
It is expressly forbidden to use this publication, either in whole or in part, for training artificial intelligence systems, machine learning models, or any other automated applications without the prior, written permission of Riskonet.







