Fire safety begint met denken als een tienjarige

Je zou zeggen dat brandveiligheid in organisaties begint bij het naleven van voorschriften. De regels zijn er toch niet voor niets? Toch zegt compliance lang niet alles. Dit lijkt misschien ‘vloeken in de kerk’, maar wie de voorschriften en normen trouw opvolgt, kan onvermoede risico’s in een organisatie introduceren. En wie z’n gezonde verstand gebruikt – beter nog: denkt als een tienjarige – brengt het risk management in een organisatie op een hoger niveau.

 

19 December


Een voorbeeld uit mijn risk management praktijk laat zien waar het om gaat. Ik heb bij een inspectie in de Rotterdamse haven meegemaakt dat technici op een warme zomerse dag in het ruim van een schip werkten. Het was snikheet en in zo’n ruimte liepen de temperaturen flink op. Ik kon eigenlijk goed begrijpen dat ze in zomerkleding werkten, met alleen een korte broek aan en zonder shirt of overall. Maar gelukkig werkten ze veilig, ze voldeden aan alle voorschriften: ze droegen handschoenen, veiligheidshesje, veiligheidsschoenen en een veiligheidsbril.

Zijn regels nutteloos?

Wat zegt dit voorbeeld? Dat regels soms nutteloos zijn, als je ze letterlijk neemt? Ik denk dat gezond verstand ons zegt dat hier niet naar de geest van de regels is gehandeld.

 

Een ander geval gaat over de brandveiligheid op een balkon van een mooi nieuw appartementengebouw. Bij oudere gebouwen waren de balkons krapjes, je kon er net aan met twee personen zitten. Maar dit balkon is lekker ruim, je kunt er zo met tien man een zomers BBQ-feestje op bouwen. De vraag is dan of zo’n balkon met een brandende BBQ brandveilig genoeg is. Geen nood, we vragen het de experts. Op die vraag wist de architect/constructeur te melden dat men volgens het Bouwbesluit in Nederland bij de beoordeling van balkons geen rekening hoeft te houden met de opslag van hout, plastic of andere brandbare materialen.

 

De regels zeggen dat het veilig is…

En daarmee was de discussie over brandveiligheid wat deze expert betreft wel afgerond. De regels zeggen dat het veilig is, dus is het veilig. Maar een tienjarige kan zien dat zo’n BBQ uit de hand kan lopen, dat een gasfles defect kan raken, kan gaan lekken. Of dat een tafelkleed in brand kan vliegen en vervolgens het oud papier dat daar toevallig ook staat, wat plastic en de houtvoorraad. Wat dan? Kan zo’n brand dan makkelijk overslaan naar een bovenliggend balkon? Ik zeg: wie de voorschriften trouw opvolgt, kan onvermoede risico’s in een organisatie introduceren. We hebben in Londen, en ook meermalen in Dubai, gezien dat woontorens specifieke brandrisico’s met zich meebrengen. Te zeer vertrouwen op wat voorschriften zeggen, draagt niet bij aan de brandveiligheid. Helaas is deze manier van denken wijdverbreid.

 

“De gewetensvraag voor elke bouwer is: ga je je achter de voorschriften verschuilen, of ga je net iets meer doen dan strikt genomen noodzakelijk is?”

 

Zo zijn er voorschriften voor brandveiligheid van tunnels. Die zijn er niet voor niets. Denk bijvoorbeeld aan calamiteiten zoals die zich ooit hebben voorgedaan in de Zwitserse Mont Blanc tunnel. Maar de strengste voorschriften gelden vooral voor tunnels langer dan 250 meter. Daaronder geldt het Bouwbesluit, dat overigens dateert uit de jaren zeventig. Voor een tunnel van 245 meter hoeft een bouwer lang niet zo veel veiligheidsmaatregelen te nemen. De gewetensvraag voor die bouwer is wat mij betreft: ga je je achter de voorschriften verschuilen, of ga je serieus naar de risico’s kijken en wellicht net iets meer doen dan strikt genomen noodzakelijk is?

 

Minder slaafs opvolgen

Ik vind dat we bij het inschatten van risico’s de regels minder slaafs zouden moeten opvolgen. Dat geldt voor organisaties die goed risk management willen introduceren, maar zeker ook voor verzekeraars en voor inspecterende instanties. De grote vraag moet zijn: wat zijn werkelijk de gewogen risico’s en wat is het beeld van de maatregelen die worden genomen om risico’s te verkleinen en schade te voorkomen? Ik begrijp heel goed dat er richtlijnen moeten zijn, zodat instanties situaties en maatregelen kunnen goed- of afkeuren. Maar het moet geen exacte wetenschap worden. Ik vind dat je op basis van argumenten in dialoog met succes moet kunnen verdedigen dat een situatie ‘in de geest van de regels’ veilig is – hoewel er ‘naar de letter’ afwijkingen zijn.

 

“Goed dat er richtlijnen zijn, zodat instanties situaties en maatregelen kunnen goed- of afkeuren. Maar het moet geen exacte wetenschap worden”

 

Denk eens aan de volgende situatie, opnieuw uit de praktijk. Volgens de voorschriften moest de bekabeling van een brandmeldinstallatie op een vrij specifieke wijze worden gezekerd, met beugels aan de wand. “Om de 40 centimeter”, zeggen de voorschriften. Ik heb meegemaakt dat de installatie werd afgekeurd, omdat de beugels op sommige plaatsen op 42 centimeter waren geplaatst. Voor die afwijking waren goede redenen en verder was de installatie volledig volgens het boekje geplaatst. De afkeuring was voor alle betrokkenen frustrerend – en naar mijn mening onnodig.

 

In dialoog, met argumenten

Wat zou helpen is als we in zo’n situatie meer ruimte zouden nemen om werkwijzen en keuzes in dialoog, op basis van argumenten konden bespreken. Op basis van gezond, boerenverstand. Opnieuw… als een tienjarige. Wat kan er fout gaan, wat zijn de scenario’s en hoe zou je die (even los van normen) te lijf kunnen gaan? Wat is echt veilig? Normen moeten er zijn, maar ze moeten ons denken niet vertroebelen.

 

Tom de Nooij

Managing partner Riskonet